Sfeerverslag halve finale

door op 28 februari 2011 -

Half twee op een zondagmiddag: er hangt een uitgelaten en zenuwachtige spanning. In alle hoeken, gaten, zalen, trapzalen van Flagey. En het zijn écht niet alleen giechelende tienermeiden uit jeugdkoren die voor nerveus gekwetter zorgen. Zelfs dirigenten – doorgaans een toonbeeld van standvastige rust en bijhorende vastberadenheid – kijken vaker dan strikt genomen noodzakelijk is naar de klok. En naar hun partituren. Jan Van Hove, dirigent van Koordinaat, probeert de spanning wat te temperen in de loge: “we willen in de eerste plaats veel plezier maken. Ach, je moet je plaats kennen. Wij zijn al blij dat we het tot in de halve finale geschopt hebben. Maar toegegeven: ja, ik ben extreem zenuwachtig. Extreem.”

Vanaf half twee wordt er ingezongen. Alles verloopt volgens een strikt opgesteld en nog strikter te volgen draaiboek. Stemmen moeten opgewarmd worden, de laatste choreografiepasjes nog even herhaald. Tien minuten voor elk koor de bühne opmoet, schuiven zangeressen en zangers aan naar de achterkant van het podium. Meestal wordt er dan gezwegen. Concentratie en zenuwen voeren nu het hoge woord. Een woord van stilte. Carry Decleer, bas bij Acantus, net voor hij het podium opstapt: “We zijn er klaar voor. En ik ben niet meer zenuwachtig. Weet je, ik zing al meer dan vijftig jaar. Ik ben als sopraantje begonnen. Vandaag zie ik zingen vooral als een ontspanning. Na vijftien minuten koorrepetitie valt de stress van de dag letterlijk van mijn schouders.”

Het koor gaat het podium op. Zelf nestelen we ons in het comfortabele pluche van een zetel, twee rijen achter de jury. Het moet erg impressionant aanvoelen om het podium op te komen. Enkele televisiecamera’s, een fantastisch lichtspektakel, en een tot in de nok gevulde concertzaal. Goed voor zo’n zevenhonderd luisteraars. Gelukkig erg veel supporters. Want geloof ons: het doet deugd om je schare fans in de zaal te zien zitten als je daar met knikkende knieën klaar staat om je eerste noot aan te heffen. Het jeugdkoor Cantilene heeft pakken volk meegebracht uit Ekeren. Ze roepen en schreeuwen hun koorvrienden letterlijk en figuurlijk naar ongekende hoogten. Guido Verlaet is supporter voor Acantus. Hij ontrolt zowaar een spandoek: Acanti Avanti’. “Noem ons gerust het B-koor”, grapt hij, terwijl hij plaats neemt. “Mijn vrouw zingt in het A-koor. Ik verwacht dat ons koor de finale haalt.”

We worden aangenaam verrast door het gemiddelde niveau van de negen deelnemende koren. Jammer dat er drie zullen moeten sneuvelen, denken we, terwijl we dirigenten en zangers tot het uiterste zien gaan op muzikaal, vocaal en visueel vlak. Maar het is natuurlijk een wedstrijd. En verliezen hoort tot het DNA van elke wedstrijd. Tijdens de pauze lopen we door de gangen. We merken twee groepen van koren: zij die al gezongen hebben, zijn uitgelaten. Zij die nog het podium opmoeten, zijn zwijgzaam en gespannen. Michiel Haspeslagh, de kersverse dirigent van Clari Cantus, ziet er best tevreden uit. Zijn koor heeft een mooie prestatie neergezet. “Ja, ik ben echt wel tevreden. Er zijn natuurlijk altijd een paar puntjes die beter konden, maar het gaat om details die een groot deel van het publiek niet eens gemerkt zal hebben.”

De tweede helft verloopt zoals de eerste: goede koren, soms een beetje te veel – en te ver gezochte – choreografie, hevig roepende supporters, mooie belichting, heerlijke koormuziek. Jan Vuye, dirigent, maar hier als koorliefhebber in de zaal aanwezig: “ik ben blij met het hoogstaande niveau van deze koren. We hebben in het Vlaamse koorleven toch echt wel wat te bieden.”

Tekst: Aart De Zitter
Foto’s: Carine Van Gerven

Gaan door naar de finale op zaterdag 2 april:  Cantilene, 4-tune, Jeugdkoor Villanella, Clari Cantus, Jeugdkoor Waelrant en Rondinella.

Bookmark and Share

Add your comment »