Ondergedompeld in enthousiasme

door op 10 december 2010 - Tags: ,

Een vrolijke bende West-Vlaamse jongeren komt op (teen)kousenvoeten het podium op. Rondinella o.l.v. Rudy Van der Cruyssen zet met Gloria Festiva van Emily Crocker de 6de editie van Koor van het Jaar stevig in. Hun Vox tronica slaat je even uit je lood; vocale technoklanken uit de monden van een jeugdkoor. Dit is geen eenvoudige partituur, maar het lijkt allemaal vanzelfsprekend. De toon is gezet voor een verrassende auditie met overwegend sterke kandidaten.

Beoordelingen zijn voor de jury, maar het repertoire kan inspireren. Wat programmeren koren anno 2010 voor een wedstrijd? Koormuziek uit renaissance, barok, klassiek en romantiek is duidelijk ondervertegenwoordigd. De nadruk ligt vooral op hedendaagse muziek en arrangementen, alleen Waelrant o.l.v. Marleen De Boo katapulteert ons even terug naar de renaissance met het heerlijke zesstemmige Gloria in Excelsis Deo van Thomas Weelkes (1575-1623) waarin Latijn en Engels naast elkaar gebruikt worden. Clari Cantus zorgt voor kippenvelmomenten bij de alombekende Cantique de Jean Racine van Gabriel Fauré (1845-1924) en laat een verstild publiek achter. F:e-m@il graaft in onze nationale romantiek met Salve Regina van Peter Benoit (1834-1901). Tot zover het repertoire dat niét uit de 20ste of 21ste eeuw komt…
Morten Lauridsen (°1943) passeert regelmatig de revue. Met het hemelse O Magnum Mysterium, het meeslepende Dirait-on of Sure on this shining night, proberen de koren publiek en jury voor zich te winnen. Die laatste tekst inspireerde Samuel Barber (1910-1981) in 1938 al tot gespierde romantiek, een geslaagde opener van Cantilene. Eric Whitacres (°1970) Sleep zorgt bij Furiant voor enige ingetogenheid rond het middaguur.
Ieder koor moet volgens het reglement een Vlaams werk zingen. Vic Nees, die 75 wordt in 2011 blijft erg populair: Bij respectievelijk Amaranthe, Waelrant en Idemdito staan Venite ergo, De wolken en Picchiarello van zijn hand geprogrammeerd. Die andere belangrijke Vlaamse componist en tevens jurylid Kurt Bikkembergs (°1963) krijgt driemaal eigen werk te horen: Dubbele Jan, Lieve magnolia lieveling en een bewerking van Daar boven uit het vensterke. Bij de Vlaamse muziek treffen we bovendien Jan Van Landeghems (°1954) bekoorlijke Als de ziele luistert aan, zowel voor en door gemengd als vrouwenkoor. Die laatste versie werd trouwens door Van Landeghem speciaal voor F:e-m@il geschreven. Meer moois uit Vlaanderen met de stemmige volksliedbewerking van Lode Dieltiens (°1926) In de lente is mijn liefje gekomen en het knappe May (Qui-Vive) uit Flowers of Life van Rudi Tas (°1957). Six Dickinson Miniatures (4-Tune) van Raymond Schroyens (°1933) blijft ook een klassieker.
En wat is een koorwedstrijd zonder Chilcotts (°1955) aandoenlijke Can you hear me? (Villanella), Rutters (°1945) vieve Sing a song of sixpence (4-Tune) of een stukje filmmuziek van John Williams (°1932)? Kamerkoor Koordinaat betovert vriend en vijand met Williams’ Double Trouble op tekst van Shakespeares sombere Macbeth uit Harry Potter and the prisoner of Azkaban. De uitsmijter van de dag is de volksliedbewerking Allen die willen naar Island gaan van Jetse Bremer. Zowel Acantus als Cantilene geven daarin het beste van zichzelf.

Altijd jammer als er koren afvallen, maar wat inzet en enthousiasme betreft, hoeft geen enkel koor onder te doen. Helemaal opgeladen door zoveel zangvreugde is het zingen in mijn koor ’s avonds puur genieten.

Liesbeth Segers

Bookmark and Share

Add your comment »