Halvefinalist: Furiant

door op 14 februari 2011 -

Kamerkoor Furiant uit Wondelgem (o.l.v. Steve De Veirman): “Geselecteerd voor de halve finale van Koor van het Jaar 2010-2011… Het verdict van de jury klinkt ons natuurlijk als muziek in de oren. Maar meteen voelen we ook de hete adem van de andere koren in onze nek. De knappe prestaties tijdens de voorrondes doen er geen twijfel over bestaan: de concurrentie is sterk en de titel Koor van het Jaar in de wacht slepen, wordt allesbehalve een fluitje van een cent. We zullen dus al onze troeven inzetten om op 27 februari – en hopelijk ook 2 april – de eerste viool te spelen in de wedstrijd.”

Stap één: een overtuigend programma samenstellen. We besluiten de spits af te bijten met het ingetogen ‘Hear My Prayer’ van de Vlaamse componist Camil van Hulse. Dan komt het lichtere en luchtige ‘The Road Home’ van Stephen Paulus, gevolgd door het vinnige, ietwat extravagante ‘Daemon Irrepit Callidus’ van Gyorgi Orban. ‘Es ist nun nichts’ uit ‘Jesu, Meine Freude’ van niemand minder dan Bach moet de kroon op ons werk zetten. Met deze moeilijke cantate spelen we misschien hoog spel, maar zodra we de vele noten onder de knie krijgen, wordt het een glorieuze afsluiter waarmee we de sterren van de hemel hopen te zingen.

Stap twee: repeteren. Oefening baart kunst, dus we lassen naast onze wekelijkse zondagavondrepetitie een aantal extra repetitiedagen in. Noten, dynamiek en klankkleur worden grondig uitgespit, ingeoefend en geperfectioneerd. We luisteren samen naar voorbeeldopnames van de stukken in kwestie en trachten er een aantal muzikale lessen uit te trekken. Bovendien mogen we op een zondagochtend de zaal in Flagey uittesten en deze kans laten we ons niet ontzeggen. Nu we een concreet beeld hebben van de ruimte en akoestiek, zal plankenkoorts alvast niet de boventoon voeren tijdens de finales.

Stap drie: een geschikte choreografie vinden. Op een elegante manier stappen – laat staan dansen – zonder de controle over de zang te verliezen, blijkt geen koud kunstje. Daarom kiezen we ervoor de beweging tot een minimum te herleiden en vooral met lichteffecten en projectie een extra dimensie aan de muziek toe te voegen. We roepen hiervoor de assistentie in van enkele professionals in het vak. Het geheel begint stilaan vorm, vertrouwen en volume te krijgen.

Stap vier: nog meer repeteren! Tekst en articulatie worden onder de loep genomen. Het Engels moet Engelser, het Duits Duitser. Elke Oost-Vlaamse klinker die de spanning dreigt te doorbreken, wordt meteen in de kiem gesmoord. Ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is? Na deze intensieve repetities piept het wel anders! Ook de laatste mappen verdwijnen nu definitief van het toneel. We zingen nu vanuit ons hoofd, vanuit ons hart, vanuit elke vezel van ons lichaam, uit volle borst.

Stap vijf moet nog gezet worden. Het is de stap waarmee we stuk voor stuk op 27 februari heb podium van de zaal in Flagey zullen betreden. Of we zullen zegevieren, of we mogen de aftocht blazen, maar één ding is zeker: het wordt een muzikaal feest en we zijn trots dat we er deel van mogen uitmaken!

Onze Choregrafe, Debbie Crommelinck, aan het woord …

Als 14-jarige stond ik op een zondagavond in de repetitieruimte van “Furiant”, bleef er, en had enkele fantastische jaren vol concerten, reizen en wedstrijden. Vandaag de dag ben ik drie jaar afgestudeerd aan het Conservatorium Brussel waar ik Master in de dramatische kunsten werd. Ik werd geschoold in zang, dans en theater. Ondertussen werk ik reeds drie jaar vooral als actrice bij o.a. Ntgent, V.E.L.D. en Studio 100 (Amika) en begon als choreografe voor theater-, musical- en koorgroepen. Toen ik gevraagd werd om de choreografie voor Furiant te verzorgen voelde ik me al gauw geroepen deze “oude vriend” te doen schitteren.
Ik bedacht een concept waarbij vooral de muziek centraal straat en waarbij alles ineen lijkt te vloeien, de concentratie wordt vastgehouden van begin tot eind. De statigheid van de muziek wordt onderlijnd door krachtige beelden met hier en daar een verrassende beweging of effect. Om het koor wel niet te laten verzinken in al die grootsheid wilde ik hen ook als individu in het koor naar voor brengen. Vandaar de “openingsact” die toont hoe mensen vanuit hun eigen leven over gaan tot het samen zingen, het samen voelen. Ten slotte vind ik theatraliteit belangrijk en werkte dus ook op invoelbaarheid, én voegde een verrassingseffect toe in het laatste nummer, een zeer krachtig theatraal beeld met dans die de muziek niet verzwaart maar juist oplift.
Ik wil de mensen in de zaal verrassen, dat ze na afloop in de foyer het niet over de “dansjes” hebben maar over de mooie klank, de warme uitstraling en hoe ze hun adem hebben ingehouden.
Ik kreeg hierbij hulp van Servé Hermans, acteur en net als ik lid van V.E.L.D.- theaterproducties, die ook verantwoordelijk is voor de regie van het nieuwe concert van het beroemde mannenkoor “De Staar” uit Maastricht. Hij lette vooral op de gezichten van het koor, dat je naast concentratie ook plezier en inleving ziet.
Wij zijn er beiden van overtuigd dat Furiant een prachtprestatie zal leveren!

Bookmark and Share

Add your comment »